Erfgoedvereniging Kèk Liemt

Roderweg 22

De kern van deze boerderij dateert uit het midden van de achttiende eeuw en is een typisch voorbeeld van de overgang van het hallenhuis naar de langgevelboerderij. De ingang en de belangrijkste vensters van een hallenhuis bevinden zich in de korte gevel van het woongedeelte. De verschillende soorten baksteen wijzen op twee opeenvolgende verlengingen, waarbij het bedrijfsgedeelte het karakter van een langgevelboerderij krijgt. De voorgevel is rond 1840 gebouwd. De oorspronkelijke kelder en de opkamer zijn bewaard gebleven. De rest van de boerderij is gemoderniseerd.

 

 

Hallenhuizen zijn de oudste boerderijen van Nederland, die oorspronkelijk voorzien zijn van lemen wanden. Het gebint is het oudste gedeelte van het huis. Het pand aan de Roderweg 22 heeft een gebint dat waarschijnlijk dateert uit de achttiende eeuw. Van de buitenzijde is het gebint niet te zien. In de ontwikkeling naar langgevelboerderijen wordt het gebint overbodig; muren nemen dan de dragende functie over.

Kenmerkend voor hallenhuizen zijn daarnaast de compacte, rechthoekige plattegrond, de lage zijgevels en de laag aflopende dakvlakken. Er is een grote zolderruimte die veel ruimte biedt voor de oogstopslag. Het woongedeelte, de veestalling, de opslagplaats voor de oogst en de werkruimte zijn bij een hallenhuis vaak onder één dak ondergebracht.

  • Gesprek met eigenaar Jeroen van Oorschot, d.d. 29 november 2011.
  • Observaties van Dick Zweers, bouwhistoricus en lid van de Monumentencommissie gemeente Boxtel en Els Vissers, jarenlang verbonden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, d.d. 29 november 2011.